Dame van de TEE

Dit weekeinde vindt een historisch transport plaats: de Trans Europ Expres (TEE) keert dertig jaar na de laatste rit terug in Nederland. De legendarische trein is door een stel gedreven spoorfanaten van de sloop gered. Een van de eerste vips die voet aan boord zal zetten is 80-plusser Elsebeth van Blerkom, die in '54 tekende voor het ontwerp. In die jaren een huzarenstukje voor een vrouw: "Ik had de kantine voor Werkspoor ontworpen. De directeur was daar zo tevreden over dat hij zei: "Kunt u ook een trein maken?""

ELSEBETH VAN BLERKOM verbaasde vriend en vijand met het ontwerp van de legendarische Trans Europ Express

DAME van de TEE

"Kunt u ook een TREIN maken?"
"Ja, al die geleerde ingenieurs keken flink op hun neus"

door MARJOLEIN SCHIPPER

HUIZEN, zaterdag
Eén keer slechts heeft Elsebeth van Blerkom in de door haarzelf ontworpen TEE gereisd. "Het was een dure trein moet u weten, zo veel verdiende ik niet. Ik zie daar een meneer die zijn sigaret op de grond gooit en met zijn voet uittrapt. Op de mooie vloerbedekking. Ik zeg: meneer, daar ligt tapijt! Zegt hij: ja hoor eens, dat ben ik niet gewend in de trein..."
* Elsebeth van Blerkom: "Altijd als ik de TEE zag rijden kreeg ik een schokje van blijdschap. Ik was helemaal niet opgeleid voor het ontwerpen van een trein."
Ruim in de tachtig is ze, Elsebeth van Blerkom. Hoe ruim durven we niet te vragen, dat doe je niet bij een Echte Dame. Onlangs is Van Blerkom nog in Japan geweest, tussendoor kocht ze een nieuwe auto, vorige week verbleef ze in Parijs en nu zit ze met "de heren van de TEE" om tafel. Die middag komt een ongetwijfeld goedbedoelende mevrouw langs van de gemeente Huizen, de plaats waar ze een zelfontworpen bungalow bewoont: "Van de seniorenafdeling. Die denkt natuurlijk: eens even kijken of die oude tuttenbol niet met een gebroken heup tussen de plantjes ligt!"

Toen Elsebeth van Blerkom een jaar geleden hoorde dat er plannen waren om de restanten van "haar" historische Trans Europ Express van de ondergang te redden en vanuit Zuid-Duitsland terug naar Nederland te halen, belde ze onmiddellijk naar de stichting TEE Nederland. Dick Rensema is voorzitter: "Hoe we het in ons hoofd haalden zoiets te ondernemen zonder haar in te schakelen", grijnst Rensema. "Maar ja, wij dachten, die mevrouw is ver in de tachtig..." Van Blerkom vult aan: "In welk bejaardentehuis zou ze zitten of zou ze al tussen de plantjes liggen? Nou: in het geheel niet!" En dus werd vormgeefster Van Blerkom onmiddellijk intensief betrokken bij de plannen van de stichting. De TEE was in de jaren vijftig het geesteskind van dr.ir. Den Hollander, de toenmalige presidentdirecteur van de NS. Een ware visionair, die vond dat er een luxe, snelle en comfortabele treinverbinding moest komen tussen Nederland, Duitsland, Frankrijk, Zwitserland en België om zodoende de oprukkende luchtvaart een slag voor te blijven. Deze eerste hogesnelheidstrein (140 kilometer per uur, voor die jaren ongekend) moest de verwende (zaken)reiziger voorzieningen bieden als airco, telefoon en 3-sterrenrestauratie.

Ongebruikelijk

En: de trein moest smoelen. "Smoelen als een vliegtuig, mensen moeten denken: dáár gaat de TEE!" vond Den Hollander, die deze dringende boodschap overbracht aan Werkspoor, het bedrijf dat de Nederlands/Zwitserse versie van de trein moest gaan bouwen. Het bedrijf waarvoor Elsebeth van Blerkom net de kantine had ontworpen. Directeur ir. M.H. Damme jr. was hier zo enthousiast over dat hij haar een wel zeer bijzondere opdracht toeschoof: ""Jij moet die trein doen!" kreeg ik te horen", vertelt Van Blerkom. Toen al een ongebruikelijke beslissing; anno 2006 - de tijd van commissies, werkgroepen en eindeloze vergadersessies - waarlijk onvoorstelbaar. De ontwerpster, avontuurlijke dochter van voormalig Schelde-topman ir. L.J. van Blerkom, vond het zelf niet eens zó vreemd: "Ik zag het als iets dat op mijn pad kwam. En er kwam altijd van alles op mijn pad." Maar de vreemde eend in de bijt werd door "de ingenieurs" van NS en Werkspoor met argusogen bekeken. Een vrouw! Géén ingenieur! Wat voor trein zou die nou gaan zitten kleien! "Er werd, heel beleefd, nooit iets rechtstreeks tegen mij gezegd. Maar tussen de regels door voelde ik het wantrouwen. Ja, je moest als vrouw stevig in je schoenen staan in die tijd."

Eivorm

Van Blerkom, óók bij belangrijke vergaderingen immer geflankeerd door haar immense Briard-hond, toog aan het werk. Maar eerst ging ze naar het Nationaal Luchtvaart Laboratorium: "Want ik wist dat alles wat ik zou inleveren scherp afgerekend zou worden op uitvoerbaarheid. Ik zei tegen een ingenieur van het laboratorium: "Kunt u mij in een uur de kwintessens van de aërodynamica uitleggen? Hij zei: mevrouw, dat kan ik in een kwartier! De áchterkant is in verband met de turbulentie het belangrijkst; de ei-vorm is ideaal." "En dus ben ik bij het ontwerp van de neus van de trein uitgegaan van de eivorm, maar dan zo uitgevoerd dat het ontwerp kon worden ontleed in ontwikkelbare vlakken. Ik kon nog zoiets moois maken, maar het moest natuurlijk wel technisch realiseerbaar zijn: in die tijd werd alles gegoten."
* De jaren vijftig: Van Blerkom aan het werk.

Vervolgens stapte Van Blerkom met een houten model opnieuw naar het Luchtvaart Laboratorium: "Ik heb het op eigen initiatief vooraf laten testen op de luchtweerstand. Het was bijna perfect. Alleen de stand van de ruit moest iets rechter of iets schuiner, dat weet ik niet meer precies. Het had te maken met de effecten van sneeuw en regen." En toen volgde in 1955 de officiële presentatie. Zes ingenieurs, de hoofdingenieur, Werkspoor-directeur Damme en "juffrouw Van Blerkom" met haar Briard. "Behalve de directeur allemaal van die cijfermannen. Er zat er één bij die kon, als hij op een treinbank zat, de hoogte ervan op een halve centimeter inschatten." "Ik liet mijn model zien. "Ja!" riep Damme, "dát is het!" "Zo", zei de hoofdingenieur, "Juist. Laten we het eerst maar eens op luchtweerstand gaan testen bij het Luchtvaartlaboratorium." Dat hoeft niet hoor, kon ik toen zeggen. Hier is het rapport! En ik gooide het op tafel. Want ik had van te voren geweten dat ze zo zouden reageren. Ja, toen keken ze flink op hun neus. En directeur Damme, die natuurlijk toch een risico had genomen door met mij in zee te gaan, zat te strálen en riep: "Morgen gaan we bouwen!" En zo is het gebeurd."

Waardering

Later kreeg Van Blerkom over de hele wereld waardering voor haar ontwerp. "A distinctive nose" zo werd in vakbladen geschreven. Iedereen is het er, nog steeds, over eens: deze "neus" springt eruit, en daarmee was aan de eis van NS-man Den Hollander voldaan. Van Blerkom werd ook betrokken bij de inrichting van de luxueuze trein: "Van ondergeschikt belang hoor, ik heb adviezen gegeven. Dan vloog ik naar Zürich. Vanaf Schiphol, daar kon ik mijn Deux Chevaux dan nog gewoon in het weiland voor het luchthavengebouw zetten. Ja, dat waren echt andere tijden." Hoewel bescheiden over haar bijdrage, had Van Blerkom ook over de aankleding van de luxueuze trein een uitgesproken mening: "In die tijd hingen er schilderijtjes in de trein, het was huiselijk. Maar een trein is geen huiskamer, het is een cabine waarin je wordt gelanceerd. Toen ze naar de maan gingen hingen ze toch ook geen schilderijtje aan de muur? Reizen is iets tijdelijks, iets stressvols ook, een happening. Je wilt even comfortabel zitten; maar niet net zo lui als thuis. Functioneel, strak en tijdloos moest het zijn." En zo werd het. De TEE met zijn spraakmakende design en alleen eersteklas plaatsen sprak zeventien jaar lang internationaal tot de verbeelding. In '76, na vier miljoen kilometer, verdwenen de vijf treinen uit Nederland. Zoals gezegd reed Elsebeth van Blerkom slechts één keer mee: "Maar als ik hem zag rijden kreeg ik altijd een schokje. Was ik blij. Ik was er helemaal niet voor opgeleid en toch is het me gelukt. Achteraf gezien onvoorstelbaar dat hij überhaupt is gebouwd! Daarna heb ik nog maar één keer iets ontworpen voor een trein, het interieur van een wagon die ten geschenke werd gegeven aan Juan Peron. Die..." Maar dát is weer een ander verhaal.

(Uit de Telegraaf van zaterdag 24 juni 2006)


De stellen in Zwolle, 28 juni 2006, foto Koen Scholten.


Spoorwegen Webcams: http://www.nsesoftware.nl/erikbaas/webcams/